Aaltjesdag Harderwijk, dit jaar voor de 25ste keer. Het was heel druk. Tigduizend toeristen. Nederland houdt van braderie. En van tobbe-, breakbeat- en salsadansen. De organisatoren waren weer erg tevreden, maar dat zeggen ze elk jaar. Dat zeggen alle organisatoren van alle evenementen over de hele wereld, zelfs was er geen kloot aan. Aaltjesdag was gezellig. Het was lekker weer en achterlijk druk.
Waarom er ruzie is tussen de Bruine Vloot en Aaltjesdag, dat weet ik niet. Waarom de aangekondigde helikopters opeens niet vlogen weet ik ook niet. Het interesseert me eigenlijk weinig. Wat me veel meer bezighield deze Aaltjesdag, zijn de aaltjes. Die vissen die zo heerlijk smaken als ze uit de rookkamer van Dries van de Berg of van Klaassen komen. De verrukkelijke lijkenpikkers uit de Blechtrommel.
De hele dag heb ik aan ze lopen denken. Want het gaat slecht met de aal. Zo slecht, dat de beestjes bijna uitgestorven zijn. Deze week werd in Den Haag een voorstel aangenomen om de vis op een lijst van beschermde diersoorten te plaatsen. Dat gebeurde op de conferentie Cites, waar 171 landen spraken over het beschermen van zeldzame plant- en diersoorten. De paling is een zeldzaam dier geworden. De Europese Unie bepaalde deze week dat Frankrijk en Spanje minder glasaaltjes mogen vangen. Dat zijn babypalinkjes, die ze in de paëlla stoppen. En aan China en Japan verkopen. Daar houden ze van glibberig eten.
Voor het eerst heb ik geen broodje paling gegeten op Aaltjesdag. Een bedreigde diersoort opeten, dat gaat me te ver. Maar de meeste Aaltjesdagbezoekers hadden lak aan de zielige staat van de aal. Ze aten zich rond aan de vette paling. De minst bedreigde diersoort, de mens, vreet altijd verder. Ook al gaat het ten koste van de zeldzaamste dieren. Misschien moeten we Aaltjesdag een andere naam geven: Mensendag. Dan zetten we op het menu: gerookte en gebarbecuede mens. Daar zijn er toch veel te veel van. En ze smaken heerlijk.